Hoe word ik vervoerder ?

De vestigingsvoorwaarden houdende de toegang tot het beroep van goederenvervoerder over de weg voor rekening van derden zijn neergeschreven in de Wet van 3 mei 1999 (B.S., 30/06/1999) en haar uitvoeringsbesluiten, zijnde respectievelijk het K.B. van 7 mei 2002 en het M.B. van 8 mei 2002 (B.S., 30/05/2002).

In deze wet worden, overeenkomstig Richtlijn 96/26/EG, gewijzigd bij Richtlijn 98/76/EG van 01/10/98 de drie basisvoorwaarden omschreven, met name:

  • de vakbekwaamheid;
  • de betrouwbaarheid;
  • de financiële draagkracht.

Iedere kandidaat-vervoerder dient voormelde vestigingsvoorwaarden te vervullen alvorens een vervoervergunning te kunnen bekomen.

1. De vakbekwaamheid

De vakbekwaamheid wordt aangetoond door het voorleggen van een getuigschrift van vakbekwaamheid dat in België enkel kan bekomen worden door het volgen van een cursus en het slagen voor een bijkomend (schriftelijk en mondeling) examen.

In tegenstelling tot andere lidstaten van de Europese Unie gelden er geen vrijstellingen op de cursus- en examenplicht, zelfs niet op basis van ervaring.

Zowel de cursus als het bijhorend examen worden georganiseerd door de VZW Instituut voor Wegtransport, gevestigd in de Archimedesstraat 5 te 1000 Brussel (TEL 02/234.30.10).

Tijdens de cursus komen alle onderwerpen aan bod die geacht worden onontbeerlijk te zijn om een transportonderneming te runnen (burgerlijk recht, sociaal recht, douanereglementering, arbeidsreglementering, techniek, kostprijsberekening, ...).

De vakbekwaamheidshouder dient zowel bij een eenmanszaak als bij een vennootschap de daadwerkelijke en permanente leiding der vervoerswerkzaamheden waar te nemen.

Hij bekleedt het mandaat van:

  • hetzij eigenaar-zaakvoerder (eenmanszaak);
  • hetzij zaakvoerder/gedelegeerd bestuurder (vennootschap);
  • hetzij werknemer (voltijdse of deeltijdse arbeidsovereenkomst);
  • hetzij lastnemer (lastgevingovereenkomst).

2. De betrouwbaarheid

Alle personen met werkelijke bestuursbevoegdheden dienen aan de bevoegde diensten van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer, Vervoer te Land, een recent getuigschrift van goed zedelijk gedrag voor te leggen. Voor de beoordeling van de betrouwbaarheid gelden meerdere parameters.

Samengevat:

  • Veroordeling
    • Ernstige strafrechtelijke veroordeling
    • Meerdere ernstige strafrechtelijke veroordelingen op voorschriften inzake de transportsector (rij- en rusttijden, massa's en afmetingen, loon- en arbeidsvoorwaarden, accijnstarieven voor minerale olie,…)
    • Beroepsverbod op basis van het KB nr. 22 van 24/10/34
  • Onbetrouwbaar (Geldboete > 4000 frank of hoofdgevangenisstraf > 6 maanden)
    • Totale geldboete > 2000 frank of hoofd-gevangenisstraf > 4 maanden
    • Negatieve beoordeling Minister na advies Commissie Goederenvervoer bij totale geldboete > 1000 maar < 2000 frank of hoofdgevangenisstraf > 3 maanden maar < 4 maanden

Er wordt geen rekening gehouden met:

  • veroordelingen tot een geldboete die niet hoger is dan 75 frank of een hoofdgevangenisstraf die niet hoger is dan 15 dagen;
  • straffen of gedeelten van straffen met uitstel indien de geldboete minder dan 1000 frank of de
  • hoofdgevangenisstraf minder dan 3 maanden bedraagt;
  • de opdeciemen bij de strafrechtelijke geldboeten.

Voor niet-Belgische onderdanen behoudt de FOD zich het recht voor om, na onderzoek van het ingediend dossier, een aanvullende verklaring inzake de betrouwbaarheid of andersoortig documenten op te vragen.

3. De financiële draagkracht

Een onderneming voldoet aan de voorwaarde inzake financiële draagkracht wanneer zij kan bewijzen een hoofdelijke borgtocht van € 9.000 voor het eerste motorvoertuig en € 5.000 per bijkomend motorvoertuig gesteld te hebben.

De financiële draagkracht wordt aangetoond met een bewijs van een kredietinstelling, een verzekeringsmaatschappij of een vennootschap van gezamenlijke borgstelling.

De borgsom strekt tot waarborg van bepaalde, expliciet in het K.B. genoemde, schulden.

Naast de voorwaarden inzake de vakbekwaamheid, betrouwbaarheid en financiële draagkracht, is een essentiële voorwaarde dat er een daadwerkelijke bedrijfszetel in België bestaat. Artikel 2. 11° van de Wet van 3 mei 1999 betreffende het vervoer van zaken over de weg definieert het begrip "bedrijfszetel" als volgt:" vaste inrichting waar de leiding van de in artikel 3 bedoelde werkzaamheden van de onderneming (vervoer van zaken over de weg verricht voor rekening van derden) daadwerkelijk wordt uitgeoefend, waar de documenten die betrekking hebben op deze werkzaamheden permanent worden bewaard en waar de onderneming wordt vertegenwoordigd door een persoon die gerechtigd is om haar te verbinden tegenover derden.

De Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer zal overgaan tot uitreiking van een Vergunning voor Nationaal Vervoer indien de vakbekwaamheidshouder beschikt over een getuigschrift nationaal goederenvervoer, dan wel een Vergunning voor Internationaal Vervoer (geldig voor transporten binnen de Europese Unie) indien de vakbekwaamheidshouder beschikt over een getuigschrift internationaal goederenvervoer.